Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Germaine Kruip: Only the Title Remains

Image Archive (2004 - doorlopend)

Verstuur een melding dat dit ding ongepast is

Beelden die wij herkennen uit de geschiedschrijving, uit films en van televisie associëren we automatisch met actuele beelden die we tegenkomen in het dagelijkse leven. Deze zitten onbewust in ons visuele datageheugen. Het zit ons als het ware in het bloed: het ene beeld roept het andere beeld op. We oordelen en handelen hiernaar. Zo is bijvoorbeeld de manier waarop we poseren ons aangeleerd door datgene dat we zien in kunsthistorisch materiaal, kranten en magazines. Germaine Kruip speelt met het werk Image Archive (2004 - doorlopend), een werk dat nimmer af is, met dit principe.

De kunstenaar vindt, veelal journalistieke en kunsthistorische, beelden in kranten en zet deze naast elkaar. De droge, synchronische opsomming door de diaprojector suggereert een objectieve vergelijking of clustering. Het werk communiceert ideeën, combinaties, het spreekt zonder te praten en tegelijkertijd begrijpt iedereen toch het principe. Het publiek bevindt zich hierdoor in een morele, soms wellicht ongemakkelijke, situatie: hoe waarheidsgetrouw nemen we de media tot ons en hoe oordelen we over datgene dat we (denken te) zien? Nemen we als publiek de combinaties van Image Archive (2004 - doorlopend) zomaar aan, blijven ze betekenisloos naast elkaar of vinden we de beeldrijmen stemmingmakend of vergezocht? Hoe vogelvrij is het beeld in de blik van het oordeel?

Beeldvorming door de media en de relatie met kunstgeschiedenis
Stephen F. Eisenman, professor aan de faculteit kunstgeschiedenis van de Northwestern University in de Verenigde Staten neemt in zijn boek The Abu Ghraib Effect stelling in tegen de oorlog tegen het terrorisme en probeert de betekenis van de beelden van de gemartelde gevangenen in kunsthistorisch perspectief te plaatsen. Aan de hand van sculpturen, schilderijen en tekeningen uit de kunstgeschiedenis analyseert hij de foto’s die de soldaten in Abu Ghraib van de gevangenen namen. Het beeld van de gevangene op een doos met een lang gewaad, een puntmuts en elektriciteitsdraden aan zijn handen plaatst Eisenman bijvoorbeeld naast het beeld Victim of Inquisition van kunstenaar Francisco Goya uit het begin van de 19de eeuw. De gevangene die naakt van een stapelbed hangt vergelijkt hij met de foto Dominick and Elliot van fotograaf Robert Mapplethorpe uit 1979 en de foto van de soldaten Charles Graner en Sabrina Harman poserend bij een kluwen van naakte gevangenen met het schilderij Nothing could be done about it van Francisco Goya uit 1799. Eisenman doet een beroep op het visuele, collectieve geheugen en plaatst deze afbeeldingkarakteristieken van martelscènes en vernederposes in het perspectief van een Westerse traditie. Deze Pathos Formula kent zijn ontstaansgeschiedenis in de sculpturen uit de Griekse Oudheid en speelt een belangrijke rol om ons geweten te sussen: terroristen hebben geen gezicht maar genot, verdachten hebben geen pijn maar plezier en slachtoffers hebben geen leed maar vreugde. “In deze esthetische formule gaat het om een specifieke combinatie van elementen, waarin het lijden van anonieme slachtoffers in de handen van hun beulen wordt geërotiseerd om de superioriteit van de laatsten niet alleen te rechtvaardigen, maar ook te bevestigen. Het is een propagandistische traditie die zijn oorsprong heeft in de Griekse oudheid, haar hoogtepunten kent in de barok, en pas werd doorbroken in de achttiende eeuw door kunstenaars die het lijden juist als verwerpelijk voorstelden”*.
Bron: Buro Jansen & Janssen: www.burojansen.nl/artikelen_item.php?id=399

*Lisette Smits in Metropolis M, nummer 1 februari/maart, 2008
Stephen F. Eisenman, The Abu Ghraib Effect, Reaktion Books Ltd, Londen 2007

Kunstenaar Maurice Thomassen (1967) liet zich door het boek The Abu Ghraib Effect inspireren. Hij maakte in dit verband o.a. een silhouetportret van Lynndie England (een van de soldaten in Abu Ghraib), en een interactieve diptiek van geschilderde politiefoto’s van Mohammed (er wordt verondersteld dat hij het eerste vliegtuig bestuurde dat in New York in het World Trade Center vloog op 9/11) en Holger Meins (veroordeeld lid van de Rote Armee Fraktion, hij stierf in de gevangenis door hongerstaking) en levert dit diptiek over aan het oog van de beschouwer en de wijzende vinger van de veroordeling: de monden, neuzen en ogen kunnen worden losgehaald en met elkaar worden gewisseld. De kunstenaar speelde met principes van beeldvorming door de media, het schuldoordeel en de vraag: vrijheidsstrijders of terroristen? Het werk is aangekocht door een schrijvend, opiniërend journalist.

Image Archive (2004 - doorlopend)
Twee synchroon lopende projectoren met dia’s van beeldmateriaal gevonden in kranten

Bijdragen
Reacties