Germaine Kruip: Only the Title Remains
De Counter Composition en Counter Shadow- serie
Counter Composition I (2006) van Germaine Kruip (niet te zien in deze tentoonstelling), is gebaseerd op Theo van Doesburgs Contra-Compositie V (1924). Het idee voor dit werk ontstond nadat Germaine Kruip een schriftje terugvond met materiaal dat zij op dertienjarige leeftijd, gegrepen door diens werk, over Van Doesburg had geschreven. Vervolgens heeft Kruip het werk Contra-Compositie V gekopieerd, in stukken geknipt en uit elkaar laten vallen: alsof, zoals Germaine Kruip in een interview in De Nieuwe (nr 18, 2008) verwoordt, “de ‘Universele Waarheid van De Stijl’ uit elkaar valt - of als de zoektocht er naartoe die in beweging is. Ik vond het mooi om daar een mobile van te maken als referentie aan Moholy-Nagy die ook bezig was met licht, beweging, reflectie”.
Germaine Kruip maakt meerdere variaties op dit principe, zoals Van Doesburg dit ook deed. Counter Composition II en Counter Composition III bijvoorbeeld, beiden nu te zien in de tentoonstelling Germaine Kruip: Only the Title Remains. Deze werken spelen, door hun wisselende verschijningsvormen, met het idee van compositie, het creëren, controleren en begrenzen (van ruimte, van formeel werk, maar ook van ideeën). Het werk draait rond, werpt reflecties en spiegelingen door de ruimte en kaatst de ruimte weer terug in het werk. Counter Shadow II en zijn Counter Shadow III vormen ‘schaduwen’ van Counter Composition II en Counter Composition III: daglichtspots construeren het beeld dat je als bezoeker ziet, het natuurlijke, binnenvallende daglicht echter, laat het werk, soms meer, soms minder, uit elkaar vallen en benadrukt een vormonvastheid. Het kunstmatige licht neemt de ruimte van het natuurlijke licht in beslag en werpt schaduwen als speelde de zon er mee. Het gebouw echter laat het daglicht van buiten revancheren en dit licht verstoort het kunstmatige lichtspel: de natuur overwint iedere kunstmatig gedefinieerde grens.
'Uit een herinnering en een aantal abstracte vormen laat ze ‘een blauwdruk’ achter op de muur, die zo vluchtig is als een paar wolken die over de kunstgeschiedenis trekken”
Catrin Lorch, Scenografie van een getemperd bestaan: Germaine Kruip ‘Metropolis M’, no. 5 oktober/ november 2009
Van Doesburg en De Stijl
Als een echo van de interpretatie op het oorspronkelijke werk van Van Doesburg galmt de serie na. Het werk doet een beroep op het (kunst)historisch geweten. Waar liggen de wortels van de kunstenaar? De Stijl was begeesterd met een utopisch modernisme, een Utopia waarover geschreven werd in termen van strikte esthetiek: schoonheid die de wereld kon transformeren.
“Theo van Doesburg was de oprichter en de enige redacteur van het tijdschrift De Stijl en de drijvende kracht achter de beweging van dezelfde naam. In nauwe samenwerking met Piet Mondriaan heeft hij vanaf 1917 in enkele jaren tijd van dit tijdschrift een van de brandpunten van de internationale avant-garde gemaakt. In 1922 verhuisde hij naar Duitsland en in 1923 vestigde hij zich voorgoed in Parijs. Hij behoorde tot de vooroorlogse utopisten van het modernisme, die een totaalvisie op de kunst in het dagelijkse leven ontwikkelden. Mede door zijn extraverte karakter en zijn actieve propaganda voor de vernieuwing van de kunst is hij een markante figuur in de 20ste-eeuwse kunstgeschiedenis geworden.
Grotere eenvoud en meer expressie, was zijn devies. Vanaf de eerste helft van 1924 maakte hij een groot aantal schetsen, dat tot een boekje werd samengebonden en een soort programma vormde voor het schilderen vancomposities. Contra-compositie X is het tiende ontwerp uit het boekje, maar werd wel het eerst als schilderij uitgevoerd.” Daarna volgde een reeks Contra-compositie werken, waaronder Contra-compositie V, het werk waaraan Germaine Kruip met haar Counter Composition-serie refereert.
“Aan de compositie is goed te zien dat Van Doesburg in dit jaar een artistieke wedijver voerde met de eveneens in Parijs wonende Piet Mondriaan. Hij experimenteert hier op een zeer vrije wijze met de door Mondriaan gevestigde compositieprincipes. Het schilderij doet zich in eerste instantie voor als een uitvergroot detail uit een compositie van Mondriaan. De harmonie die deze laatste kunstenaar zocht, is hier echter ver te zoeken, door de bonkigheid van de compositie van lijnen en vlakken en door de uit balans gebrachte primaire kleuren. In latere schilderijen zou Van Doesburg steeds verder gaan, tot hij in diagonale of elkaar overlappende composities met dissonante kleurcombinaties zo ver van Mondriaan verwijderd raakte, dat deze meende zich van Van Doesburg te moeten distantiëren. Van Doesburg bedacht de term elementarisme voor deze werken en noemde ze contra-composities om te benadrukken dat de kleuren, lijnen en vlakken van de composities op onderlinge, dynamische contrastwerking gebaseerd zijn.
Van Van Doesburg zijn uit de periode van 1924 tot zijn vroege dood in 1931 ruim 23 schilderijen bekend die hij zelf als voltooide composities beschouwde. Daarvan waren er tot nu toe maar twee in Nederlands openbaar bezit: Contra-compositie V (1925) in het Stedelijk Museum in Amsterdam en Contra-compositie XVI (1925) in het Gemeentemuseum Den Haag. Alle andere schilderijen zijn
verspreid over de gehele wereld.” Contra-compositie X van Van Doesburg is sinds 2003 verworven door het Kröller-Möller Museum in Otterloo.
“Van Doesburg is een interessante schakel naar werk van abstract geometrisch werkende kunstenaars uit de jaren dertig en de kunstenaars daarna, waarvoor Van Doesburgs laatste werken zo’n enorme inspiratiebron waren.” Het werk van Germaine Kruip toont de essentie en actualiteit van Van Doesburg.
Bron: Evert van Straaten in Vereniging Rembrandt, najaar 2003
Counter Composition II (2007)
Spiegel, hout, roestvrij staal, daglicht spot
Counter Shadow II (2008)
Gevernist aluminium, daglicht spot
Counter Composition III (2008)
Spiegel, hout, roestvrij staal, daglicht spot
Counter Shadow III (2008)
Gevernist aluminium, daglicht spot

Voeg een reactie toe