Ali M'roivili, Safe Way (1995)
Dit is de paradox: van een land houden, maar ook moeten verhuizen om je lichaam en gedachten te bevrijden. Het is een spiegel. Ik ben blij dat ik vertrek, maar ook verdrietig dat ik niet vrij en gelukkig kan leven in mijn eigen land. Er zit een moderne hamer in ons hoofd, een post-koloniale manier van leven.1
Waar Ali M’roivili ook woont, zijn hart zal altijd verpand blijven aan de Comoren, een voormalige kolonie van Frankrijk, waar hij geboren en getogen is. Hij groeide op met de verschillende invloeden van Franse educatie en Afrikaanse leefwijzen in een islamitisch gezin. Omdat hij zich inzette voor een beweging die vocht tegen de onderdrukking en de aanwezigheid van huurlingen, belandde hij tweemaal in de gevangenis. Hij vertrok in 1987 naar Frankrijk – eerst naar Cergy-Pontoise en vervolgens naar Parijs - voor een studie aan de kunstacademie, die er op de Comoren niet was. Hij kon echter niet aarden in Frankrijk en keerde na vijf jaar weer terug.
Realiteit
In 1995 kwam hij naar Amsterdam om zijn werk op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten verder te ontwikkelen. In Nederland heeft M’roivili de vrijheid en de mogelijkheid om te werken, maar beseft hij ook tussen twee heel verschillende werelden in te leven. In zijn werk probeert hij de realiteit van beide werelden te combineren en zijn zowel invloeden van de westerse kunstgeschiedenis als van zijn Afrikaanse achtergrond terug te vinden.
Beeldvorming is een belangrijk thema in zijn werk. In het Tropenmuseum in Amsterdam plaatste hij in 1997 kasten met spiegels tussen de Afrikaanse kunst- en gebruiksvoorwerpen (Dutch Façade). Hierdoor werd de toeschouwer zelf deel van het ‘Afrika-theater’. “In my work I do essentially play with the western civilisation. In that game, I use all my strategies to touch upon some of my important and personal questions regarding my nomadish life, destiny and colonialism in Africa; in another word the management of the western culture with my own culture.”
In het werk Safe Way (1995), gemaakt in het jaar dat de kunstenaar naar Nederland is gekomen, omklemmen de armen van een versleten jack een koffer. Het is een paradoxaal beeld waarin zowel het vasthouden aan de herinneringen uit het verleden en het thuisland als het reizen - en dus onvermijdelijk het los- en achterlaten - verbeeld lijken te zijn.
Ali M’roivili, 1961, Moroni/Comoren Eilanden
Safe Way
Koffer en jas
100 x 70 x 25cm
1995
1. Ali M’Roivili in Ruud Jobse, “Een moderne hamer in ons hoofd”, Bijeen (mei 1997), p. 51
2. Statement van de kunstenaar op www.vmcaa.nl
Bijdragen
Reacties
Ciska
Schouwburg