Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Tentoonstelling

IT'S UNFAIR!

16 nov 2002-2 mrt 2003

De tentoonstelling IT’S UNFAIR! is gebaseerd op de Unfair, die precies tien jaar geleden voor het eerst plaatsvond in Keulen. De Unfair was een alternatieve kunstbeurs die in 1992 en 1993 georganiseerd werd uit onvrede met de gang van zaken op de gevestigde kunstbeurs Art Cologne ’. De rebelse ‘tegenbeurs’ werd georganiseerd door een internationale groep jonge galeriehouders die veelbelovende, nog onbekende kunstenaars van hun eigen generatie lieten zien.

Veel jonge kunstenaars die op de Unfair te zien waren, zijn in de tien jaar daarna toonaangevend geworden in de (inter)nationale kunstwereld. Ook de galeries die deelnamen aan ‘the real artfair’ zijn niet meer weg te denken uit het hedendaagse kunstcircuit. Uit Nederland waren de galeriehouders Rian van Rijsbergen, Cokkie Snoei, Fons Welters, Annet Gelink en Diana Stigter van de toenmalige Bloom Gallery vertegenwoordigd. De twee edities van de Unfair - die zeker ook een sociale aangelegenheid waren – vormden de neerslag van een internationaal netwerk van kunstenaars, galeriehouders, curatoren en verzamelaars.

IT’S UNFAIR! toont werk uit particuliere verzamelingen en museumcollecties met het accent
op de Nederlandse bijdragen aan de Unfair. Er is gekozen voor werk uit de vroege jaren negentig dat deels ook daadwerkelijk op de Unfair te zien was. Hiermee wordt een dwarsdoorsnede getoond van thema’s en tendensen uit de kunst van deze periode. De ruimtelijke werken van Damien Hirst, Aernout Mik en Jason Rhoades die hier te zien zijn onderstrepen de opvallende rol van installatiekunst op de Unfair. Het feit dat op een kunstbeurs voor het eerst ook lastig verkoopbare ‘in situ’ installaties te zien waren, illustreert dat de Unfair eerder het karakter had van een tentoonstelling dan van een commerciële marktplaats.

Een opvallend thema is de rol van het menselijk lichaam. Zo staat de maakbaarheid van het lichaam centraal in de foto’s van Inez van Lamsweerde en de geborduurde ‘She-males’ van Berend Strik. Daniëlle Kwaaitaal en Lidy Jacobs scheppen hun eigen universum door in te zoomen op lichamelijke details.

Het portret duikt in de tentoonstelling in verschillende gedaantes op: in de schilderijen van John Currin, de tekeningen van Karen Kilimnik en het fotowerk over de ‘zusjes’ van Barbara Visser. Ook de grote schilderijen van kleurige stoffen van C.A. Wertheim zijn geïnspireerd op beroemde portretten uit de kunstgeschiedenis.

Opmerkelijk is de aandacht voor het ‘gewone’ en ‘alledaagse’, zoals in het werk van Paul de Reus die met een knipoog de wrange en absurde kant van het dagelijks leven blootlegt. Sean Landers, Klaar van der Lippe, Jack Pierson en Wolfgang Tillmans putten in hun autobiografisch getinte werk op verschillende manieren uit hun persoonlijke leven. Sociale en culturele structuren worden in het werk van kunstenaars als Angela Bulloch, Renée Kool en Liam Gillick onder de loep gelegd. Allen Ruppersberg, de enige kunstenaar in de tentoonstelling die tijdens Unfair al grote bekendheid genoot, is een inspirator voor deze jongere generatie kunstenaars.

Aan de tentoonstelling namen naast bovengenoemde kunstenaars ook mee: Anya Gallaccio, Michael Joo, Gavin Turk, Henry Bond, Raimund von Luckwald, Raymond Pettibon en Julie Roberts.

© Museum De Paviljoens

Bijdragen
Reacties